Voorzichtig duw ik de deur van de slaapkamer open. Louisa ligt op haar bed met haar knieën opgetrokken en haar gezicht begraven in het kussen. Haar knokkels zijn wit, zo gespannen houdt ze het dekbed vast. Ik zucht en laat me naast haar op het bed vallen. 

Ik leg mijn hand op haar rug en staar naar het lichtbruine, dikke haar, dat met moeite bijeengehouden wordt door een elastiekje. Ze draagt het altijd zo sinds ze zelf haar haar kan doen. Ik kan mijn oudste dochter zo uittekenen, een lage, dikke staart, vertrekkend vanuit een middenscheiding, de sprankelende, bruine ogen, het wipneusje en de brede lach met voortanden die nog iets te groot lijken voor haar gezicht. Haar lange, eerder magere gestalte, het liefst in gemakkelijke kleren. In de zomer was dat een korte broek, een T-shirt en sandalen. Haar kast hangt vol met jurkjes, maar zonder echte aansporing zou ze die nooit aandoen. Laat dat maar over aan Elena, haar middelste zus. Die zou het liefst elke dag een feestjurk aandoen. Iets van ‘carpe diem’ en ‘zorgen zijn voor morgen’. Ik voel dat Elena straks diegene gaat zijn die zeurt over merkkleding, dure schoenen en de laatste iPhone. Ook al willen we die instelling niet meegeven, op een gegeven moment is je invloed als ouder wat uitgespeeld en zul je het moeten doen met een boos gezicht, een slaande deur, een identiteit die onder de oppervlakte ligt en die eruit wil. Mochten we dat in goede banen kunnen leiden, zonder te veel schade, zal ik tegen mijn man zeggen dat we het goed gedaan hebben.

Maar daar is het nog te vroeg voor. In plaats van me te focussen op toekomstige puberperikelen, heeft Louisa, mijn 8-jarige, me nù nodig. En ik moet eerlijk bekennen dat ik me vaker voel falen dan slagen, in mijn communicatie met haar. Louisa is gevoelig. Ze is speels, maar ook ontzettend bang om iets fout te doen. Daarom geeft ze nieuwe pogingen tot iets heel vaak op. Ik probeer haar aan het lezen te krijgen, voor haar plezier, omdat dit mij zoveel rust heeft gebracht, maar ze vindt er de rust niet voor. Hele dagen spelen met haar zusjes is leuk, en voor ons als ouders ook gemakkelijk, maar heeft ze niet meer nodig? Waar komen anders de woede-uitbarstingen vandaan? Het plotse verdriet, de hete tranen, maar ook, het gezeur en gemeier waar je eigenlijk niet bij stil zou moeten staan? Dan ligt ze op bed, haar gezicht nat van de tranen, en begint het. ‘Ik ben dom’. ‘Ik kan niks.’ En gisteren: ‘Ik ben niet normaal!’

Wat zeg je daarop, als ouder? Ik probeerde mijn kalmte te bewaren, maar dat lukt niet altijd. Soms word ik zelf zo kriegel van haar continue negatieve houding, dat ik zelf herval en meega in de spiraal. En natuurlijk wordt het zo erger. En natuurlijk leert ze er niks van. Wat ze nodig heeft, is steun, iemand die van een afstandje kan kijken naar haar gedrag en zich er niet persoonlijk door aangesproken voelt. En op dit moment lijk ik daar niet de geschikte persoon voor.

Volgens haar vader is ‘haar capaciteit beperkt’. Als ze na een kwartier voetballen het uitbrult en schreeuwt dat ze toch niks kan en naar boven dendert, zou je dat inderdaad kunnen denken. Maar ik voel dat dat niet toereikend is. Ze heeft juist een heel grote capaciteit. Ze kan als geen ander vrienden maken, de lijm vormen van een groep, kinderen bij elkaar brengen. Een nieuw, verlegen kind introduceren bij een groep en hem of haar beschermen tegen mogelijke plaaggeesten. Ze is geliefd, overal. Op school, op de opvang, bij de scouts. Alle kinderen hebben haar graag, Louisa. Vanwege haar ontmijnende, open houding. Vanwege haar conflictvermijdende aard. Vanwege haar zachtheid, haar humor, haar capaciteit om spanning te doen weggaan. Nee, ze heeft een zeer grote capaciteit. Een talent, zelfs. Allemaal eigenschappen die ik niet bezit en nooit bezeten heb, en die ik zo toejuich. 

Maar hoe kan ik haar stimuleren? Hoe kan ik haar doen inzien dat ze geweldig is? Hoe kan ik haar doen inzien dat het normaal is dat je niet alles meteen goed kan? Dat falen erbij hoort? Dat even vallen ervoor zorgt dat je juist krachtiger opstaat?

Haar vader weet altijd de juiste woorden te vinden. Hij weet ook met welke manieren hij haar uit haar schulp krijgt. Hij lijkt op haar, of zij op hem. Hij is net zo’n verbindende factor. Hij weet beter wat ze nodig heeft.

Ik zie, ik hoor in mezelf soms mijn moeder. En dat is mijn grootste angst. Niet dat mijn opvoeding traumatisch was, maar ik wil niet dat zij opgroeit met die stomme onzekerheden waar ik nog altijd mee worstel. Nee. Dat ‘familietrekje’ stopt hier en nu. Mijn ouders hebben hun best gedaan, maar niet meer dan dat. Ze hebben nooit echte interesse getoond in wie hun kind was en wie zij aan het worden was. En ik ben juist wél geïnteresseerd. O ja. Ik vind mijn kinderen het meest interessante wat er is. Maar hoe kan ik die rots zijn, hoe kan ik die moeder zijn die altijd de juiste woorden vindt en die haar dochter helpt op dit soort moeilijke momenten? Hoe kan ik uit mijn beperkte communicatie ontsnappen?

Dat is een heel groot vraagteken.    

Laatste forumberichten over "Louisa"

Berichten laden...

Praat ook mee!